Een aantal jaren vond de HVIJ onderdak op een bovenverdieping in het Dienstencentrum te Oldemarkt, Het Dienstencentrum wordt gerenoveerd, de HVIJ moest eruit. Na een jaarlang wikken en wegen en over-leggen zit de HVIJ nu op een zeer fraaie en tevens gemakkelijk toegankelijke ‘zichtlocatie’: hoek Hoofd-straat 23a / Klaas Muisstraat te Oldemarkt, voorheen een bankfiliaal en daarvoor een supermarkt. De naam Historisch Centrum IJsselham voor de nieuwe locatie is niet voor niets gekozen. Het HVIJ-centrum biedt meer expositieruimte en de mogelijkheid groepen – scholieren, ouderen – te ont-vangen en presentaties te houden. Al jarenlang doen velen een beroep op het grote fotoarchief. Nu is het HVIJ-centrum alleen geopend op de inloopavond maandags 19.00-21.00 uur en op verzoek. Er komen stellig ook ruimere openingstijden, speciaal in het toeristenseizoen. Heel veel vragen, ook op genealogisch gebied, bereiken ons via e-mail of de vernieuwde website. Vaak lukt het binnen één of twee dagen een antwoord te geven. Nieuw is de samenwerking die de HVIJ is aangegaan met Museumboerderij Paasloo, gevestigd aan de Paasloër Allee 2. Beheerder Bettie van der Vegt is inmiddels toegetreden tot het HVIJ-bestuur. In De Silehammer verschenen reeds twee artikelen over Silehem: eerste vermelding 29 mei 1132 en mogelijke naamsbetekenis. In nummer 20/2 van juni 2012 gaat het over de veronderstelde locatie, op de plek van het latere Blankenham. Dat alles rustig nalezen? Voor € 15,- per jaar bent u al lid van de HVIJ.

Dijkkrant Blankenham maart-april 2012

ln HVIJ-kwartaalblad De Silehammer 18/4 stond in december 2010 een artikel over de negentiende-eeuwse lJsclub te Oldemarkt, die in de nazomer harddraverijen voor paarden organiseerde. Dat was toentertijd kennelijk de voornaamste activititeit van lJsclubs! Een paar berichten uit het archief van de Leeuwarder Courant over Kuinre en Blankenham. Maandag 28 september 1874 houdt de lJsclub "Kuinre en Blankenham" een HARDDRAVERIJ te Kuinre. PRIJS ƒ 60,- of een Voorwerp van Zilver ter keuze, en voor het laatst mededravend Paard een CADEAU ad ƒ 5,-. Aangifte en keuring 's morgens bij Kastelein R. Pereboom. Draverij 's middags 2 uur. Maandag 27 september 1875: prijs ƒ 80,- en cadeau ƒ 20.- . Aangifte dan bij Kastelein J. van Ens. ln de Leeuwarder Courant is pas weer sprake van lJsclub Kuinre – dus zonder Blankenham – in januari en februari 1917; dan gaat het werkelijk om hardrijderijen op de schaats. In Blankenham organiseert lJsclub "Jongelingsvereeniging" op maandag 27 januari 1879 een Hardrijderij door Mans- en Vrouwspersonen, des namiddags te 2 uur. (IJs en Weder dienende). PRIJS ƒ 75,-, PREMIE ƒ 25,-. Aangifte 's morgens bij R. Aaten. En op dinsdag 5 januari 1883 houdt de lJsclub Blankenham een Harddraverij door Paarden onder den man. PRIJS ƒ 100,- CADEAU ƒ 10,-. Ook nu aangifte bij R. Aaten. Cip van de Bult uit Kuinre noemt in zijn Dagboek bij 19 januari 1888 een Hardrijderij vanwege de lJsclub "Hulp der Behoeftigen"; en op 24 januari een vergadering van die lJsclub bij T. v.d. Lende te Slijkenburg (dit Dagboek verscheen verkort in afleveringen in De Silehammer). Bestond er dan een RK-lJsclub in Kuinre? Cip van de Bult was rooms-katholiek, de naam van de lJsclub doet erg "rooms" aan, doet denken aan het opschrift van het RK-ziekenhuis in Groningen: "Onze Lieve Vrouw, Behoudenis der Kranken". En de lJsclub "Jongelingsvereeniging" te Blankenham veronderstelt een protestants-christelijke tegenhanger. Andere tijden, andere zeden.

Dijkkrant Blankenham januari-februari 2012

Uit het Algemeen Handelsblad van 25 december 1894, over de storm die op zaterdag 22 december het hele land had getroffen, gepaard gaande met hoge vloed: Twee broeders, Gerhardus en Albertus Doedel, 28 en 24 jaren oud, de steun van hunne reeds bejaarde ouders, gingen voor de zuivelfabriek te Kuinre met een punter bij eenige boeren melk ophalen. Onder de gemeente Blankenham is de punter op de rivier de Linde omgeslagen en zijn beide broeders er onder geraakt en jammerlijk verdronken. Hunne lijken zijn gevonden en naar de ouderlijke woning vervoerd. Zuivelfabriek ‘De Fakkel’ in Kuinre was toen ruim vijf jaar in bedrijf. Zaterdagnacht één uur zijn de broers gevonden. Aangifte van overlijden vond plaats op maandag 24 december, eerst te Blankenham, omdat dit deel van de Linde tot die gemeente behoorde, en daarna te Kuinre, de woonplaats van de broers. In de beide akten van Gerardus Cornelis staat: zoon van Peter Doedel, schipper, en Tjitske Bosma. In de akten van Albertus, meteen daarna opgemaakt, heet moeder Tekela Bosma. De verklaring ligt in de geboorteakten. Gerardus is geboren 30 april 1864, moeder heet dan Tjitske. Albertus is geboren 27 maart 1870, als zoon van Tekela. Na het herstel in 1853 van de bisschoppelijke hiërarchie in Nederland, groeide het rooms-katholieke zelfbewustzijn. Pasgeborenen kregen verlatijnste namen: Eise werd Eusebius, Vroukje werd Veronica. Ouderen kregen alsnog een Latijnse naam ‘erbij’. En zo werd Tjitske tot Thecla of Tecla, ten plattelande uitgesproken als Tekela. In HVIJ-kwartaalblad De Silehammer is veel geschreven over de zuivelfabriek van Kuinre, met ook twee foto’s van de broers (nr. 15/2, 51) en over de latinisering van voornamen (nr. 17/4, 101-106).

Dijkkrant Blankenham november-december 2011

De vorige keer is reeds de naam gevallen van Ton de Graaf, schrijver van het boek Leven in Blankenham (IJsselacademie, Kampen 2006). Dat boek is gebaseerd op twee uitvoerige studies van zijn hand, de kandidaatsscriptie (bachelor, zouden we nu zeggen) Veldnamen in Blankenham (1989) en zijn doctoraalscriptie (tegenwoordig: master) Blankenham, een Overijsselse plattelandssamenleving in de achttiende eeuw (1991). Ton de Graaf (Losser, 1955) ging na mavo, havo en 1 jaar heao liever praktisch aan de slag, het werd Ziekenverpleging-A in het VU-ziekenhuis te Amsterdam. Daarna actief bij een ambulancedienst, maar vanwege rugklachten was ambulancewerk en verpleging van de baan. Geschiedenis had altijd al zijn interesse, probleem was nu zijn vooropleiding. Na een toelatingsexamen is Ton Nieuwe Geschiedenis gaan studeren aan de Universiteit van Amsterdam. Zijn interesse voor Blankenham is gewekt door moeders herkomst. Als werkstudent werkzaam bij de bank ABN, werd Ton na de fusie met Amro bedrijfshistoricus van ABN/AMRO. Vanaf 2005 werkt hij aan een onderzoek naar de oudste voorloper van ABN, de Nederlandsche Handel-Maatschappij, in 1824 opgericht door koning Willem I. Op deze studie promoveert Ton de Graaf in Utrecht. Als alles meezit, verschijnt in oktober 2011 zijn dissertatie, getiteld: Voor Handel en Maatschappij. Geschiedenis van de Nederlandsche Handel-Maatschappij, 1824-1964. Prijs ca. € 35,- Vanaf deze plaats willen wij Ton de Graaf, die zoveel voor de geschiedenis van Blankenham heeft betekend, van harte gelukwensen met zijn promotie!

Dijkkrant Blankenham september-oktober 2011

Het onderwijs verdwijnt uit Blankenham – na bijna vierhonderd jaar….. In augustus 1619 werd op een Provinciale Synode besloten dat er in Blankenham een “schoelmeister ende voorsanger“ moest komen. Uit 1669 kennen we de naam van schoolmeester Jacob Peters. Het traktement van meester Wagter in 1726 bestond naast geld uit onder meer een woning, een stuk land, tien stuivers schoolgeld per kind per kwartaal en voor onderricht in het cijferen het dubbele bedrag. Oudonderwijzer Jan Westerhof liet in 1858 een huis bouwen aan de Kerkbuurt 2 – de gevelsteen zit er nog in het huis van Klaas en Nettie van den Beld! In 1882 gaf het Kerspel Blankenham een flinke bijdrage voor de bouw van twee nieuwe scholen; die in de Kerkbuurt werd vervangen en een tweede school verrees aan de Lageweg. De school in de Kerkbuurt stond op nr. 11, nu de werkplaats van Adri van Seijen, die zelf woont in het schoolmeestershuis op nr. 12. Het gebouw had twee lokalen, voor elk vier klassen. De school bij de Lageweg werd gesloten in 1934. De huidige Prins Willem-Alexanderschool is in 1967 in gebruik genomen. Veel informatie is te vinden in het boek van Ton de Graaf, Leven in Blankenham (2006), p. 75-80. Die tekst is grotendeels ook te vinden in HVIJ-blad De Silehammer 16/3, 67-72. Uiteraard had Annie de Dreu-Oosterhof ook over het onderwijs verteld in haar zesdelige serie Herinneringen aan Blankenham in jaargang 14/2-15/3. Over de school op de hoek Lageweg schreef Margje Ruardy-Poepjes in De Silehammer 15/4, p. 120-123. U ziet, reden te meer om lid te worden van de HVIJ. Oproep: verhalen en schoolfoto’s blijven zeer welkom voor het archief van de HVIJ.

Dijkkrant Blankenham juli-augustus 2011

Zoals de vorige keer vermeld, lanceerde prof.dr. Hans Mol op een HVIJ-bijeenkomst de theorie dat het alleroudste Silehem/IJsselham is begonnen op de locatie van het latere Blankenham. Zijn theorie heeft hij inmiddels verder uitgediept. Een wetenschappelijke studie van zijn hand verschijnt in december. Vanaf september gaat De Silehammer nader op deze zaak in. Voor 1811 is geen wapen van het Kerspel Blankenham bekend. De Gemeente Blankenham voerde vanaf 1818 als officieus wapen een vleeskleurige ham in een zilveren veld. Vermoedelijk is het woord ham of hem niet begrepen: aangeslibd of buitendijks land. Ook valt te denken aan een of ander attribuut van bisschop Frederik van Blankenheim (1393-1423) – maar wat dan? Het wapen van Blankenham, gevoerd van 1898 tot 1973, toont een rood koggeschip. Blankenham had geen haven, wel zal oudtijds een rede in gebruik zijn geweest. De oudste vermelding van Blankenham in een krant is een annonce in de Leeuwarder Courant van 21 augustus 1771: 

dijkkrant

Duidt Schip van Blankenham op de naam of meer op het type? Een kog is een ouder model zeeschip; de latere kof was voor de kust- en binnenvaart, met ronde voor- en achtersteven en platte bodem. Het VOC-schip Berkhout was van het type fluit. Raadselachtig - wie weet meer hierover?

Dijkkrant Blankenham mei-juni 2011